Mijn Levensloop

Ik ben in 1942 geboren in de Korte Meerhuizenstraat in Amsterdam dat was dus in de 2e wereldoorlog,
maar ik heb gelukkig weinig gemerkt van de oorlog
ook heb ik nooit honger en gebrek gehad zover ik nog weet, ik weet nog wel na de oorlog hadden wij
( mijn broers Nico, en Kees)  een hele aardige oppas een man zonder benen die noemden wij ome Jan
en dat was voor ons natuurlijk als kleine kinderen een leuke oppas want hij was zonder zijn houten kunstbenen ( die hij haast nooit aanhad)
een echte speelkameraad die ongeveer even groot was als wij.
Mijn vader had een poelierszaak op de Ferdinald Bollstraat vlak naast de oude Rai, waar mijn moeder vaak hielp in de winkel.
later verhuisden wij naar de Haarlemmerdijk 105 waar mijn vader ook een poelierszaak begon,
hij was een man die alles aanpakte en ook alles kon.
hij verkocht zelfs toendertijd zelfs beverratten, hij had achter de winkel een werkruimte waar hij zijn eigen handel
(kippen en later loopeenden) slachtte voor de verkoop in de winkel.
Hij was eigenlijk de eerste die de plukmachine had ontworpen, hij maakte die van een oude melkbus
waar hij de hals van af haalde en een kruis erin laste en toen waren wij ook net oud genoeg om te helpen,
ik en Nico hebben toen de gaten voor de rubberen vingers, (die mijn vader liet maken door een rubberleverantier die ze in mallen goot)
in de melkbus te boren met een grote boormachine met boren van ongeveer 350 mm op een afstand van 5 cm van elkaar ongeveer,
die bus voorzag hij van een as met aan de ene einde een poeli en glijlagers en die poeli werd door middel van een v-snaar aangedreven
door een oude wasmaschine motor die er onder hing aan een hevel.
wij moesten dan de kippen slachten die mijn vader ’s woensdag-nachts ophaalde uit Barneveld dat was een nachtmarkt voor divers pluimvee
en de kippen die wij toen moesten slachten werden eerst in het hete water gedompeld van ongeveer 42 % celcius daardoor lieten de veren makkelijk los.
mijn vader kon ook huiden prepareren, op een keer kwam hij thuis met een krokodillen-huid en een slangenhuid en die heeft hij toen voor iemand geprepareerd.

Later ben ik gaan werken bij een pluimvee slachterij in Oostzaan en wel bij Rinus Kuyt kerkbuurt oostzaan,
waar ik elke dag op de bromfiets naar toe reed vanaf de Haarlemmerdijk,
die had een aantal hokken waar de jonge kuikens werden opgefokt tot ze slachtrijp waren,
we slachtten toen nog alle kuikens van ongeveer 7 weken met de hand en de plukmachine die mijn vader ontwikkeld had,
maar hij had daar nooit geen octrooi op aangevraagd dus in oostzaan maakten ze die machine na en verbeterden hem. Naderhand moest ik in militaire dienst en ik wou wel bij de luchtmacht want als jongetje wou ik graag test straaljager piloot worden, ik kwam bij de luchtmacht maar helaas niet bij de vliegtuigen ik werd opgeroepen in Nijmegen waar ik opgeleid zou worden, daar noemden de andere militairen de nieuwelingen “Piepers”. daar kwam ik ook in het spook-peloton, waar we witte koppels en arm-stukken en beenstukken kregen waardoor je die in het donker goed kon zien zwaaien. naderhand moest ik naar Soesterberg en ik dacht dat ik daar dichter bij de straaljagers kon komen, maar helaas ik werd ingedeeld in de officiers-mess waar ik als hofmeester dienst deed.
in Soesterberg werd mij gevraagd of ik naar Frankrijk uitgezonden wou worden naar Fontainebleau bij het Toenmalig Navo hoofdkwartier omdat ik redelijk mijn talen sprak.
In Fontainebleau werd ik ingedeeld als manusie  van alles (post rondbrengen, schrijver van de dominee en aalmoezenier en bijrijder bij de schoolbus en hulp bij de support unit). Ik heb daar een leuke tijd gekend.
in de militaire dienst in Frankrijk kreeg ik het bericht dat mijn broer Kees overleden was, hij was ook in militaire dienst voor zijn nummer. dus ik moest met spoed naar huis om de begrafenis bij te wonen, hij werd nog met militaire begeleiding begraven van de Haarlemmerdijk naar de begraafplaats Vredehof op de Haarlemmerweg.
Hij was pas 19 jaar oud geworden, en was bij ons thuis van het dak gevallen.
Mijn militaire dienst zat er toen nog niet op maar ik mocht met vervroegd groot verlof.

vervolg op de volgende pagina